Twee keer vol Sportpaleis voor jarige Herman van Veen

De stilte als muziek

Peter Vantyghem

Antwerpen – Herman van Veen is een moedige en een vreemde man. Op de Nekka-Nacht had hij een negenkoppige band bij, een bende jonge violisten en een legertje kinderen, maar met al die slagkracht wilde hij het publiek vooral stilte geven. En schoonheid.

Een Sportpaleis is niks voor Herman Van Veen. En dus maakte de Hollander er een uitdaging van. Alles was anders dan we in het Sportpaleis gewoon waren. Geen sensationele lichtshow. Geen torenhoog volume. Geen duistere zaal en geen gejoel. Geen gimmicks en theatrale accessoires. Geen ster op het podium, en enkel Willem Vermandere had een elektrische gitaar bij. Voor de rest: akoestische klanken, een sterrenhemel als decor, en wanneer het maar even kon: een stem met een instrument. Klein, om groot te zijn.

Natuurlijk wilde Van Veen de zaal dichter bij het podium brengen, en dus stapte hij om half negen van achter in de zaal naar voor, viool spelend in de stijl van Eleni Karaindrou, de Griekse componiste waarmee hij soms wel wat gemeen heeft. Hij zong dat hij onze vriend was, stelde zijn eerste speciale gast voor (de gitarist Harry Sacksioni), en gaf Brel een plaats in de avond toen hij ‘Liefde van later’ zong. Het beloofde mooi en warm en intiem te worden, want Herman Van Veen zong graag met luide stem en zo weinig mogelijk begeleiding.

Dat het in die eerste helft dan toch niet helemaal openbloeide, had wellicht te maken met kleine misverstanden, met zenuwen, maar evengoed met de ongewone aanpak. Dit was een luisterconcert. De woorden waren van wezenlijk belang en de verfijnde muziek was meer dan behang. Van Veen veegde de vloer aan met de vaste wetten van het massaspektakel. Wie erbij wilde zijn, moest zich aanpassen.

Na de pauze deed de aanpak al vertrouwder aan, en hingen de mensen aan de lippen van de jarige. Ze zongen ‘Rozegeur’ mee, genoten van een majestueus ‘Laat me’ (voor Ramses Shaffy), juichten toen hij ‘Anne’ inzette en nog harder toen Van Veen, tijdens ‘Anders, anders’ de echte Anne op het podium riep. De vader met zijn twee dochters, Anne en Babette: ook voor de zaal was het een ontroerend moment.

Intussen waren al vele gasten gepasseerd. De revelatie was de Zuid-Afrikaanse Karen Hougaard, die ‘Je maakt me zo mooi’ zong met de exuberante overgave die je in het cerebrale Europa enkel in de Portugese fado hoort. ‘Ze verliest zich helemaal in de beleving en dat is typisch Afrikaans’, zei Van Veen naderhand.

Willem Vermandere zong over vluchtelingen en rampspoed, riep God ter verantwoording, en kreeg iedereen mee toen hij zijn eenvoudige boodschap doorgaf: ‘Vertel ons liever van vriendschap en vrede, en het eerlijk delen van het dagelijks brood’. Weinig Vlaamse zangers slaan meer bruggen dan hij.

De twee heren van Kommil Foo brachten het Van-Veenliedje ‘Enkel en alleen’ dat ze in hun jeugd veel gehoord hadden, en probeerden het bijzonder intense ‘Hij die wacht’ uit, een ballade met rapgedeeltes die veel dramatiek in de zaal bracht, en eigenlijk de eerste echte brug naar het publiek sloeg. De antiracistische metafoor ‘Worsten’ werd daarna goedkeurend onthaald.

Daniel Lohues zong als een eigentijdse Dylan een Drents liedje, Eva De Roovere klonk broos en kwetsbaar in ‘Op een hoopje’, en Paul Van Vliet sprak zowaar een rede uit voor de jarige Van Veen, en zong ‘Vlaanderen’. De finale was er een met ballonnen en kinderhartjes en iedereen die samen ‘Voor Marie-Louise’ zong.

Het was nostalgisch, een feest ook, maar vooral een oase van liefde. Bijna vier uur lang liet Herman Van Veen de mensen in stilte luisteren. De toeschouwers wisten niet waar ze het hadden.

Herman Van Veen en gasten op Nekka. Gezien in het Sportpaleis van Antwerpen op 16 maart. Nog op 18 maart (uitverkocht). Dit was puur geluk Was dit een avond naar uw verwachting? Herman van Veen: Ik had geen ervaring met zulke grote concerten, dus wist ik echt niet wat te verwachten. Ik wist alleen dat ik heel veel stilte wilde horen, en in zo’n grote zaal staat dat gelijk met een sneeuwbal de berg op rollen. Maar het werkte. Naarmate de avond vorderde, werd het mechanisme duidelijk. Ik heb heel veel bijgeleerd. Alleen akoestisch al: het was alsof we de wind probeerden te vangen. U treedt normaliter op in veel kleinere locaties. Zijn die niet meer aangewezen voor u? Natuurlijk, maar dit waren de riemen waarmee we moesten roeien. We wisten dat het moeilijk zou zijn, maar als we dan al die mensen in de ogen konden kijken, en we zagen daar dan die bereidheid… het was onvergetelijk. We keken in een groot ‘JA!’. Tijdens de repetities was u fel geroerd toen u de 150 kinderen hoorde zingen. Ik ben emotioneel in elkaar geklapt. Ik doe veel aan ontwikkelingswerk. Daar kwam de grote spanning van de voorbije dagen bij, en woensdag was mijn hond gestorven. Toen ik al die gezonde, mooie Belgische kinderen ‘Kyrie elieison’ hoorde zingen, werd het me even te veel. Verschilt een Vlaams publiek van een Nederlands? Een Vlaams publiek heeft een open hart voor wat wij doen. In Nederland moet je je altijd weer bewijzen, hoe lang je ook bezig bent. Het lijkt alsof er een smaakpolitie bestaat. De oprechtheid van het Vlaamse publiek is ongelooflijk aangenaam. Uw hoogtepunt? Het was toch heel bijzonder om ‘Anders, anders’ te kunnen zingen met mijn twee dochters. Zulke momenten zijn puur geluk. Maar ik vond het ook onvergetelijk om met Willem Vermandere op het podium te staan. Ik kan niet uitdrukken hoe hoog ik met die man oploop. Dat is een echte mens. Hij brengt iets mee en het is nooit showbusiness. (vpb)

De Standaard 18 maart 2005

Bron: De Standaard, 18 maart 2005

Nieuwste berichten:

Tijdelijke ‘quarantaine korting’ op bladmuziek
Quarantaine sessies
Harry voor 10de (!) achtereenvolgende jaarbeste akoestische gitarist Benelux
Stem op Harry!
Live CD Stones vs Beatles Battle nu in de webshop!

This entry was posted in Kranten & Tijdschriften, Nieuwsarchief. Bookmark the permalink.

Comments are closed.