Skip to content

Eigenzinnige gitarist solo theater in. Harry Sacksioni eert zijn helden.

22 februari 2001

Bron: Twentse Courant/Tubantia 22 Februari 2001
Door: Ton Ouwehand
Foto: Paul Peeters

In zijn theaterprogramma ‘Helden’ speelt gitarist Harry Sacksioni muziek van musici die hij bewondert, zoals Stevie Wonder, The Beatles, Joni Mitchell, Cyndi Lauper en Roberta Flack. ‘Het zijn mensen voor wie ik respect heb. Echte helden heb ik sinds mijn vijftiende al niet meer.’

Een keer is het hem gebeurd. De radio stond aan en hij veerde op. Dat gitaarspel dat nu uit de luidsprekers kwam, dat sprak hem bijzonder aan. Bloedmooi, vond hij het. Een prachtig stukje muziek. Hij zette de radio harder en genoot. Toen kwam de afkondiging. Tot zijn verbazing hoorde hij zijn eigen naam vallen. Het was Harry Sacksioni zelf, met de eigen compositie Amulet. Hij had het nummer ooit op een live-cd gezet. De gitarist stond er zelf van te kijken dat hij het niet had herkend. ‘Het was echt de enige keer. Want ik heb in de afgelopen jaren wel heel veel geschreven, maar ik weet precies wat.’

‘Ik schrijf gewoon in mijn hoofd’
Noem een titel en Harry Sacksioni speelt de muziek die erbij hoort. ‘Toen ik een paar jaar geleden het programma Harry Sacksioni Dertig Jaar samenstelde, kostte het me geen enkele moeite. ’t Maakte niet uit hoe oud het stuk was. Ik kon het allemaal nog zo spelen.’ Hij heeft er nooit moeite mee zijn eigen composities te spelen. Met een paar try-outs kan hij doorgaans zo de theaters in. ‘Dat komt ook omdat ik zonder gitaar componeer. Ik schrijf gewoon in mijn hoofd. Ik kan lang in een stoel zitten en dan ben ik bezig met een nieuw stuk. Het kan wel zijn dat ik een gitaar pak voor een tussenstukje of een overgang. Ik onthoud mijn muziek ook, omdat ik het nooit opschrijf.’ Zijn nieuwe soloprogramma Helden vergde echter de nodige voorbereiding, meer dan anders in elk geval. Want daarin speelt Sacksioni, zoals de titel aangeeft, stukken van Helden. Hij speelt daarin wel eigen composities. Voor ‘helden’ als Cassius Clay, de Kuifje-detectives Jansen & Jansens en zijn eigen zoontje Lenno. Maar in Helden ligt het accent vooral op composities van mensen die hij bewondert, onder wie Jacques Brel, Joni Mitchell, Roberta Flack, The Beatles, Stevie Wonder en Cyndi Lauper. ‘Een heel andere manier van werken om andermans muziek naar de typische Sacksioni-stijl toe te trekken. Tijdens de eerste vijf optredens vloog ik er een paar maal flink uit.’

Hij geeft eerlijk toe dat hij eigenlijk helemaal geen helden heeft. ‘Toen ik een jaar of vijftien was, had ik ze wel: Elvis Presley, Bill Haley, Cliff Richard, Shadows. Het programma gaat eigenlijk meer over mensen die ik respecteer. Maar om een theatersprogramma nou Respect te noemen, leek me een beetje raar.’ Opmerkelijk is dat gitaarhelden ontbreken. ‘Ik doe een stuk van Steve Howe, maar verder niet. Ik heb bewondering voor Ry Cooder, maar zijn stijl ligt zo dicht bij die van mij, dat ik het niet zinvol vond om hem in het programma op te nemen. En wie ik misschien wel de allerbeste vind, is Paco De Lucia. Maar flamenco beheers ik niet.’

‘Wonderful Tonight tenentrekkend nummer’
Gitaristen komen nog wel voor in het programma onder het veelzeggende noemer ‘intro’. ‘Het valt op dat veel groepen op zoek zijn naar een intro met eeuwigheidswaarde.’ Hij speelt er een serie. Hey Joe, Satisfaction, Day Tripper. Nee, geen Wonderful Tonight. ‘Aan het eind van het programma vraag ik weleens aan het publiek welke held ze misten. Als Eric Clapton wordt genoemd, speel ik het intro van Wonderful Tonight weleens. Maar dan kan ik niet laten er braakbewegingen bij te maken. Een tenenkrommend nummer. Hoe Clapton zo’n slecht lied heeft kunnen schrijven.’ Er bestaat iets als een Sacksioni-stijl. Wat dat precies is laat zich lastig omschrijven. ‘Kijk maar in cd-zaken. Soms heb ik een eigen vakje. Maar anders staan mijn platen bij folk, bij pop. Ik heb ze zelfs wel eens bij de jazz zien staan. Technisch is mijn spel gebaseerd op het tegelijkertijd spelen van melodie, akkoorden en baslijnen. Drie partijen tegelijk.’

Zijn eerste officiële baantje als gitarist kreeg hij op zijn zeventiende, als begeleider in het cabaret van Sieto Hoving. ‘Voor die tijd speelde ik in mijn eentje. Nu moest ik ineens zangers en zangeressen begeleiden. Maar ik was de enige muzikant, dus wat dat betreft viel ik wel op. Allerlei vocalisten gingen in dat programma op en af. Maar ik stond de hele avond op het podium. In een flink stel recensies stond: ‘let op die man met de gitaar.’ En dat was Herman van Veen opgevallen. Hij benaderde me en vervolgens heb ik tien jaar bij Herman gespeeld. Bij hem heb ik onder spanning leren spelen. Altijd volle zalen. En we speelden door heel Europa. Daar heb ik mijn solostukken voor het eerst gedaan voor publiek. Met de vuurdoop in Carré. Ze braken de zaal af. Ik kreeg een enorme response op mijn muziek. Niemand had dat verwacht. Elke avond staande ovaties. Op basis daarvan ben ik een plaat gaan maken. Het bekende verhaal. Laten we er duizend persen, die moeten we kunnen verkopen. Binnen een week waren er 80.000 verkocht en na een half jaar 140 duizend.’

Gouden platen zijn leuk, maar daar houdt het mee op
Hij heeft inmiddels een stuk of achttien geluidsdragers gemaakt. Of hij ze allemaal zelf heeft? Hij weet het niet. Hij weet niet eens waar al zijn gouden platen zijn gebleven. ‘Ik ben niet zo’n type die dat allemaal boven de trap hangt. Daar gaat het niet om in het leven. Met zo’n ding ben je een dag blij. Maar dan houdt het op. Net als met een recensie in de krant. Daar ben je een dag lang gelukkig mee of kwaad over en dan ga je weer verder met het gewone leven. Mijn Edison heb ik laatst teruggevonden. Ik ben er best trots op dat ik dat beeldje heb gekregen, maar ik vind het ook geen ding om er de hele dag naar te kijken.’

Als hij het woord eindfase laat vallen, is het aanvankelijk even schrikken. Maar Harry Sacksioni is van plan nog jaren door te gaan. Wel is hij bezig de laatste hand te leggen aan een boek over de Sacksioni-stijl. Een gitaarmethode. ‘Eindelijk hebben ze me zover gekregen. Er is heel lang om gezeurd, maar ik wilde nooit. Nu ben ik gezwicht. Het zou toch raar zijn als je op gitaar zo’n eigen idioom hebt ontwikkeld en je geeft dat niet door. Er zijn zoveel mensen die ook zo willen kunnen spelen. Het worden waarschijnlijk drie lesboeken met video of cd-rom. Alle oefeningen die er in staan kun je mij dan zien spelen. En alles werkt naar een stuk toe. Zodat je niet zomaar saaie oefeningen zit te studeren. Anderhalf jaar ben ik er nu aan bezig. Ik denk dat het eind van het jaar in de winkel ligt.’

Harry Sacksioni is met het soloprogramma Helden morgenavond in het Theaterhotel in Almelo. Aanvang om 20.00 uur. Op 21 april is de gitarist met dit programma te zien in De Delle te Tubbergen.

Aankomende optredens:
 • 11 aug
ROOSENDAAL
 • 24 okt
EMMELOORD
 • 26 okt
IJSSELSTEIN
 • 29 okt
DELFT
 • 01 nov
SCHIEDAM